Belastingaangifte / beroepskosten

Onderstaande gegevens komen uit de Belastingspecial van Muziekwereld (NTB) en hebben betrekking op de beroepskostenaftrek over 2018.

Musici, artiesten en Dj’s waarvan de inkomsten uit losse optredens worden verloond, worden in de inkomstenbelasting gezien als freelancer (officieel: degene die resultaat uit overige werkzaamheden geniet) of ondernemer (afhankelijk van de omstandigheden). Daardoor kunnen zij hun zakelijke kosten aftrekken.

Musici, artiesten en Dj’s die alleen in vaste dienstbetrekking zijn kunnen geen beroepskosten aftrekken.

De volgende categorieën musici, artiesten en Dj’s kunnen hun beroepskosten over 2018 aftrekken:

  • degenen die in 2018 voor de loonbelasting onder de artiestenregeling vielen: musici en artiesten van wie de losse optredens zijn verloond, al dan niet met gebruikmaking van de kleine vergoedingsregeling of een kostenvergoedingsbeschikking
  • degenen die bruto-inkomsten hebben genoten, bijvoorbeeld uit lesgeven, royalty’s of auteursrechten of uit optredens die niet verloond hoeven te worden zoals bruiloften
  • musici en artiesten met een modelovereenkomst die in 2018 op factuurbasis hebben gewerkt.

De beroepskosten die je bij het aangifteformulier opgeeft zijn de kosten die je hebt gemaakt om inkomsten uit arbeid (‘resultaat uit overige werkzaamheden’) of winst uit onderneming te verwerven. Bij resultaat uit overige werkzaamheden kun je de opbrengsten en de aftrekbare kosten afzonderlijk invullen.

Bij winst uit onderneming moet je achtereenvolgens een kapitaalsvergelijking invullen (dit is de balans van de fiscale jaarrekening) en vervolgens alle gegevens van de fiscale winstberekening (dit is de bedrijfseconomische winstberekening gecorrigeerd met fiscale vermeerderingen en verminderingen). Uiteindelijk resulteert dit in de belastbare winst uit onderneming.

Voorbeeld beroepskosten
De loonheffing die op inkomsten uit losse verloonde optredens in 2018 is ingehouden, kun je vermelden onder het kopje ‘loonheffing artiest’ in het onderdeel waar ook de omzet en de kosten uit ‘overige werkzaamheden’ staan vermeld.
De beroepskosten binnen de artiestenregeling worden aangegeven onder ‘aftrekbare kosten en baten’ in ‘box 1: andere inkomsten, opbrengsten uit overige werkzaamheden’. De artiest dient zelf bewijsstukken te bewaren en op verzoek te kunnen overleggen aan de Belastingdienst. Bij de aangifte moet een gedegen berekening van de inkomsten en uitgaven gevoegd worden. Raadpleeg eventueel je belastingadviseur bij twijfelgevallen.
Onderstaande beschrijving is specifiek gericht op artiesten die onder de artiestenregeling vallen. Omdat de aangifte inkomstenbelasting bij zelfstandige artiesten sterk afwijkt van die van artiesten die worden verloond, raden wij zelfstandige artiesten aan bij vragen contact op te nemen met hun belastingadviseur.

Aftrekposten

Instrumenten

  • Reparatie en onderhoud

Allereerst de gebruikelijke onderhoudskosten van het instrument zoals kleine en grote revisies. Daarnaast de kosten van snaren en rieten en dergelijke. Vergeet ook niet alle bijkomende kosten, zoals bijvoorbeeld stokbeharingen of pianostemmer.

  • Toebehoren

De kosten van hoezen en foedralen kunnen worden afgetrokken. Net als bij het instrument geldt dat bijvoorbeeld dure vioolkisten (duurder dan ca. € 450) over een aantal jaren (minimaal vijf) moeten worden afgeschreven.

  • Verzekeringspremie

De verzekeringspremie van instrumenten is aftrekbaar.

  • Afschrijving

Afschrijven wordt gedaan op instrumenten/apparatuur met een aanschafwaarde boven de € 450,-. Met afschrijven wordt de jaarlijkse waardedaling van het instrument/apparatuur bedoeld. De jaarlijkse afschrijving wordt ten laste van het resultaat gebracht. Algemene afschrijvingstermijnen zijn niet te geven. Allereerst moet bepaald worden of een instrument/apparaat in waarde daalt. Bij geen waardedaling, ook geen afschrijving.

Voorbeeld: een vleugelpiano is aangeschaft voor € 20.000,-. Bij een gelijkblijvende waarde mag hier niet op afgeschreven worden. Als uit een taxatie of een verzekeringsrapport blijkt dat de waarde na 10 jaar bijvoorbeeld € 15.000,- zal bedragen, dan mag gedurende 10 jaar € 20.000,- minus € 15.000,- = € 5.000,- gedeeld door 10 jaar = € 500,- per jaar aan afschrijving opgevoerd worden. Fiscaal mag er maximaal 20 % per jaar worden afgeschreven.                      

Ondernemers die recht hebben op startersaftrek mogen willekeurig afschrijven. Dit betekent dat ze mogen kiezen of ze het normale afschrijvingsregime aanhouden of een afwijkend percentage tussen 0 en 100 hanteren van de waarde minus de restwaarde.

Werkkleding

Alle kosten van werkkleding, zoals smoking, rok, smoking- en rokhemden, zwart/wit strikje, cumberband en japon, zijn voor artiesten (en presentatoren) volledig aftrekbaar. Ook alle kosten voor reparatie, wassen en stomen zijn aftrekbaar. In tegenstelling tot andere zelfstandigen zijn voor artiesten (en presentatoren) kosten van ‘gewone’ kleding ook aftrekbaar, mits deze zakelijk worden gebruikt (en ook alleen voor dat deel). Je moet dat op de een of andere manier bijhouden en kunnen aantonen.

Sommige inspecties gaan daar anders mee om: het moet naar hun mening alleen kleding zijn die juist niet privé gedragen kan en zal worden. Dat is een discutabel standpunt, maar houd er rekening mee dat je hier vragen over kunt krijgen. In een recente uitspraak (over een artiest/danser) heeft de Rechtbank Noord-Holland dat standpunt impliciet bevestigd.

Beeld- en geluidsapparatuur
(Afschrijving van) beeld- en geluidsapparatuur is aftrekbaar, mits noodzakelijk voor de beroepsuitoefening is aftrekbaar.

Huur apparatuur
De huur van bijvoorbeeld geluidsapparatuur is een aftrekbare kostenpost.

Computers
Zakelijke computerapparatuur mag worden afgeschreven maar is wel gebonden aan de hiervoor genoemde afschrijving van maximaal 20 % per jaar.

Cd’s en video’s
Kosten voor cd’s en andere geluid- en beelddragers zijn aftrekbaar mits de uitgaven zakelijk zijn.

Muziekdiensten
Het is verdedigbaar dat voor een musicus kosten van bijvoorbeeld Spotify, Deezer en andere streaming-muziek-diensten aftrekbaar zijn. In de ogen van de Belastingdienst zullen deze kosten echter als ‘gemengde kosten’ worden aangemerkt, omdat daar ook een privé-element in zit of in kán zitten. Als je daarmee rekening houdt, zal slechts een deel van de abonnementskosten aftrekbaar zijn.

Promotiekosten
Alle kosten die je maakt om optredens te verkrijgen zijn aftrekbaar, zoals advertentiekosten, drukwerkkosten of promotiemateriaal. Dat geldt ook voor de kosten van demo’s en promotie cd’s.

Contributie vakbond
Deze is volledig aftrekbaar.

Vakliteratuur
Alle kosten van aanschaf en abonnementen op vakbladen zijn aftrekbaar. Bij losse verkoop dienen deugdelijke bonnen overlegd te worden.

Studiekosten
Kosten die je maakt voor lessen om je kennis op peil te houden. Dat geldt ook voor deelname aan concoursen en masterclasses. Kosten van congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke zijn (met inbegrip van de reis- en verblijfkosten) voor 80 % aftrekbaar. De studiekosten die je maakt voor het verwerven van nieuwe kennis kun je in de aangifte opvoeren bij de persoonsgebonden aftrek (scholingsuitgaven). Dit zijn geen zakelijke kosten.

Concertbezoek
Kosten van bezoek aan concerten, opera- en balletvoorstellingen en dergelijke zijn aftrekbaar, mits zakelijk. Het moet hierbij officieel wel gaan om kosten die als artiest méér maakt dan ‘gewone’ concertbezoekers, omdat dat nu eenmaal bij je werkt hoort.

Reiskosten
Per zakelijke kilometer (ook woon- werkverkeer en ongeacht wijze van vervoer) mag € 0,19 als kosten ten laste van de winst gebracht worden. Daarnaast mag je dan geen andere kosten zoals parkeergeld opvoeren. Dergelijke kosten worden geacht inbegrepen te zijn in de € 0,19. Wanneer je met het OV reist, kun je uiteraard ook de daadwerkelijke kosten hiervan opvoeren in plaats van de € 0,19 per kilometer.

Als je de auto ‘op de zaak’ hebt staan, mag je in beginsel alle autokosten aftrekken, waar dan in de regel een correctie voor privégebruik tegenover komt te staan.

Telefoon en internet 
De zakelijke gesprekskosten van een telefoon thuis (vaste lijn) kunnen (voor een evenredig deel) afgetrokken worden.  Bij een all-in abonnement moet je op de een of andere manier zien te herleiden welk deel daarvan voor de kosten van gesprekken en voor internet zijn. Vervolgens moet je in alle redelijkheid vaststellen voor welk deel je je telefoon zakelijk gebruikt. Hetzelfde geldt voor een mobiel abonnement.

Kantoorartikelen
Kosten die je beroepshalve moet maken voor kantoorartikelen, ook wel schrijfbenodigdheden genoemd, zoals agenda, papier, porti, hangmappen en dergelijke, zijn aftrekbaar.

Werkruimte in je woning
De kosten voor de werkruimte in de eigen woning of huurwoning zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar. Het is ingewikkelde materie met veel haken en ogen, maar we geven hieronder de hoofdlijnen weer:

Eigen woning

Om te bepalen of je in aanmerking komt voor aftrek van kosten van een werkruimte in de eigen woning, moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De ruimte moet voldoen aan de zogenoemde zelfstandigheidseis. Dat wil zeggen dat de ruimte een eigen ingang en sanitair moet hebben en zo op zichzelf moet staan dat deze aan derden is te verhuren. Een kamer in je woning zal in het algemeen dus niet voldoen aan de eisen voor aftrek.
  • Als je werkruimte thuis aan de zelfstandigheidseis voldoet en als je bovendien over een soortgelijke werkruimte elders (bijvoorbeeld bij je opdrachtgever) beschikt, dan is aftrek van kosten voor je werkruimte thuis alleen mogelijk als je meer dan 70 % van je totale inkomen uit arbeid in je werkruimte thuis verdient. Indien je elders geen soortgelijke werkruimte ter beschikking hebt en je bent aangewezen op je werkruimte thuis, dan kun je de kosten aftrekken als je meer dan 70 % van je inkomen uit arbeid in of vanuit deze werkkamer verdient. Bovendien moet je dan aan de voorwaarde voldoen dat je 30 % van dat inkomen in de werkruimte thuis verdient.
  • Het lijkt erop dat de Belastingdienst in het laatste geval bij musici accepteert dat 70 % van de inkomsten verdiend moet zijn door 30 % van de tijd (inkomen) in de werkkamer thuis door te brengen. Dit kan voorbereidingstijd of studietijd zijn.

Bedrag van de aftrek

In het geval van een eigen woning mag een bepaald percentage van de WOZ-waarde van het gedeelte dat als werkruimte wordt gebruikt, worden afgetrokken. Dat percentage is gelijk aan het (gemiddelde) percentage van de vermogensrendementsheffing in box 3 Dit heeft mogelijk wel fiscale consequenties: laat je daarover goed voorlichten als dit voor jou van toepassing is. Daarnaast mogen andere kosten die betrekking hebben op de werkruimte naar evenredigheid worden afgetrokken.

Huurwoning

Ook hiervoor geldt dat aan de zelfstandigheidseis en de verdieneis voldaan moet worden (zie boven). Verder moet de werkruimte voor minimaal 10 % voor de onderneming gebruikt worden. Als kosten mag je als je aan de voorwaarden voldoet, een evenredig deel van de huur aftrekken en een deel van de huurderslasten (bijvoorbeeld kosten voor energie en binnenschilderwerk). Je moet daarbij wel rekening houden met eventueel ontvangen huurtoeslag.

Huurrecht zakelijk

In bepaalde gevallen is het mogelijk bij een huurwoning het volledige huurrecht als zakelijk aan te merken en een correctie voor privégebruik in de jaarrekening te verwerken. Vraag je adviseur of deze mogelijkheid van toepassing kan zijn op jouw situatie.

Verhuis- en inrichtingskosten
Indien het voor je werkzaamheden noodzakelijk was om te verhuizen, dan kun je de verhuiskosten aftrekken (bij artiesten met veel verschillende opdrachtgevers zal daarvan niet zo snel sprake zijn). Hierbij zijn de kosten van het overbrengen van de inboedel volledig aftrekbaar. Wat betreft de overige verhuiskosten mag je ongeacht de werkelijke uitgaven € 7750 aftrekken.

Advieskosten
De kosten van een belastingadviseur zijn slechts aftrekbaar voor zover ze zijn gemaakt voor werkzaamheden met betrekking tot je onderneming. De kosten van een aangifte inkomstenbelasting zijn niet aftrekbaar. Ook voor juridische kosten geldt dat alleen sprake is van aftrekbare kosten als ze ze zijn gemaakt in verband met ondernemingshandelingen.

Persoonlijke verzorging

De kosten van persoonlijke verzorging zijn voor musici en artiesten in principe aftrekbaar. Uiteraard dien je steeds eventuele privébesparingen in mindering te brengen. Bijvoorbeeld: als je voor ieder optreden naar de kapper moet gaan, dien je hierop 9 kappersbehandelingen in mindering te brengen. Deze 9 kappersbeurten (eens in de 6 weken) worden namelijk door de Belastingdienst als gebruikelijk beschouwd. Wat er naast de kapper onder persoonlijke verzorging valt, is geheel afhankelijk van de aard van je werkzaamheden. Je moet daar in ieder geval altijd het zakelijke karakter van aan kunnen tonen.

Eten en drinken (werk gerelateerd)
De kosten van zakelijke lunches, diners en consumpties (bijvoorbeeld rond een optreden) zijn in principe voor 80 % aftrekbaar.

Sollicitatiekosten
Kosten van sollicitaties, proefspelen, voorzingen, audities en dergelijke zijn aftrekbaar. De aftrekmogelijkheid geldt ook als deze niet succesvol zijn.

Rente
Betaalde rente heeft alleen betrekking op de beroepskosten indien het een lening betreft voor de aanschaf van bijvoorbeeld een zakelijk instrument of indien je rente hebt moeten betalen op je zakelijke bankrekening.

Tip: vergeet niet ontvangen kostenvergoedingen (op grond van de kleine vergoedingsregeling of een kostenvergoedingbeschikking) in mindering te brengen op je aftrekbare kosten. Overigens is de vergoeding in principe al verwerkt in de jaaropgaaf. De vergoeding hoort als brutoloon opgenomen te zijn. Controleer dit eventueel bij je opdrachtgevers om te voorkomen dat je de vergoeding dubbel aangeeft.

Beroepskosten artiest naast looninkomsten

Als je inkomsten hebt uit loon en daarnaast wordt verloond via de artiestenregeling (dus naast je vaste baan werkzaamheden verricht als artiest), moet worden vastgesteld in welke mate de beroepskostenaftrek kan worden toegepast.

Zakelijke kosten die alleen worden gemaakt i.v.m. het uitoefenen van het beroep van artiest mogen, eventueel na een correctie voor privégebruik, voor 100 % worden afgetrokken. In het algemeen zijn kosten die verband houden met de werkzaamheden en inkomsten als artiest aftrekbaar, tenzij ze excessief zijn.

Als kosten betrekking kunnen hebben op meerdere inkomstenbronnen (bijvoorbeeld het lidmaatschap van een algemene vakbond), moeten de kosten worden verdeeld over de beide bronnen op basis van het werkelijke gebruik. Soms zal een schatting moeten worden toegepast omdat het werkelijke gebruik moeilijk te bepalen is. De beroepskosten zijn in dit opzicht niet helemaal gereglementeerd, maar met een redelijke benadering behoeven er geen serieuze problemen te ontstaan.